Sfeerbeeld van een extra kamer ingericht als inloopkast, met gesloten kastfronten, bronzen glazen deuren, warme verlichting, een grote spiegel en een lichte poef.

Van rommelkamer naar inloopkast: die kamer kan meer

door Sophie van Matteo Studio

Je doet de deur open, zet iets neer en trekt hem snel weer dicht.

Zo. Opgeruimd.

Bijna ieder huis heeft wel zo’n plek. De logeerkamer die vooral koffers ontvangt. De werkkamer waar je inmiddels niet meer bij het bureau kunt. Of die extra slaapkamer waarvoor je bij de verhuizing zulke leuke plannen had.

Alleen ligt dat plan nu ergens onder een dekbed en drie tassen met kleding.

Misschien hoeft die kamer geen rommelkamer te blijven. Misschien wordt het juist de plek waar je iedere ochtend graag binnenloopt.

Eerst de spullen, dan de kast

Een inloopkast begint niet met zoveel mogelijk kasten tegen de muur zetten.

Hij begint met uitzoeken wat er eigenlijk in die kamer ligt.

Kleding die je draagt? Die mag een fijne plek krijgen. Kleding die al twee jaar wacht op “ooit weer”? Daar mag je best nog eens kritisch naar kijken.

Hetzelfde geldt voor lege dozen, kapotte spullen en die tas voor de kringloop. Een nieuwe kast is geen reden om alles opnieuw op te bergen.

Je hoeft geen mooie ruimte te ontwerpen voor spullen die je eigenlijk niet meer wilt.

Mag de kamer één ding goed doen?

Een logeerbed, een bureau, een wasrek, een strijkplank én een complete garderobe. Op papier klinkt het als efficiënt ruimtegebruik. In de praktijk moet je misschien steeds iets verplaatsen voordat je ergens bij kunt.

Bedenk daarom wat de kamer vooral moet worden.

Moet er regelmatig iemand kunnen logeren? Houd daar dan vanaf het begin rekening mee. Gebruik je het bureau iedere week? Dan verdient het een echte werkplek, niet het laatste vrije hoekje.

Maar staat dat bed er voor één logeerpartij per jaar? Dan is het de moeite waard om na te denken over een flexibelere oplossing.

Niet iedere functie hoeft permanent de meeste ruimte te krijgen.

Teken ook de ruimte vóór de kast

Bij een inloopkast kijken we al snel naar de wanden. Hoeveel kast past er links? Kan er rechts nog een gedeelte bij?

Maar je moet er ook kunnen staan. Een lade openen. Even bukken om je schoenen te pakken.

Leg vóór het kiezen eens met schilderstape op de vloer uit waar de kasten zouden komen. Loop door de kamer en stel je voor dat je een wasmand vasthoudt.

Dat maakt een indeling ineens een stuk concreter.

En dat mooie eiland in het midden? Alleen doen als je er ook prettig omheen kunt. Een vrije looproute is óók luxe.

Vergeet de minder mooie spullen niet

Op inspiratiebeelden zie je prachtige tassen en netjes opgehangen overhemden.

Zelden een stofzuiger.

Toch moet die misschien ook ergens staan. Net als de strijkplank, de voorraad beddengoed en de koffer die niet mee mocht op de bovenste plank.

Neem die spullen mee in het ontwerp. Soms is één hoger, gesloten vak precies wat voorkomt dat de nieuwe inloopkast langzaam weer de oude rommelkamer wordt.

Niet het spannendste onderdeel om uit te kiezen. Wel eentje waar je later blij mee bent.

Niet in één keer perfect

Je hoeft de kamer niet meteen aan te kleden met nieuwe spiegels, poefjes en opbergdozen.

Begin met de indeling. Geef je kleding en andere spullen een plek. Gebruik de ruimte een tijdje en kijk wat je werkelijk mist.

Misschien een spiegel. Misschien een zitplek om je schoenen aan te trekken.

Of misschien helemaal niets.

Want het fijnste aan die nieuwe kamer is niet dat hij voller staat met mooie dingen.

Het is dat je de deur eindelijk open kunt laten.


Sophie van Matteo Studio