Close-up van houten kastplanken met netjes opgevouwen kleding in rustige neutrale kleuren en warme geïntegreerde verlichting.

Lades, planken of hangruimte? Zo krijgt alles een fijne plek

door Niels van Matteo Studio

Aan de buitenkant weet je het misschien al precies. Een rustige kleur, mooie deuren en een kast die helemaal bij je slaapkamer past.

Maar dan komt de binnenkant.

“Doe maar wat planken en een roede.”

Begrijpelijk. Alleen verdient die binnenkant minstens zoveel aandacht. Want daar merk je iedere dag of je kast prettig werkt. Wanneer je een shirt pakt, je was opbergt of ergens dat ene paar sokken probeert te vinden.

Gelukkig hoeft een goede indeling niet ingewikkeld te zijn.

Lades: voor spullen die anders verdwijnen

Sokken, ondergoed, sportkleding, riemen. Het zijn meestal niet de grootste spullen die de meeste onrust veroorzaken.

Het zijn de kleine dingen die overal tussendoor belanden.

Daar zou ik lades voor gebruiken. Met een paar passende vakverdelers geef je verschillende spullen hun eigen plek, zonder dat je iedere ochtend hoeft te graven.

Ook T-shirts kunnen fijn in een lade. Vouw ze bijvoorbeeld zo dat ze achter elkaar staan, in plaats van boven op elkaar liggen. Dan zie je bij het openen meteen welke je hebt.

En denk niet automatisch: hoe dieper de lade, hoe beter. Voor kleine accessoires kan een ondiepe lade juist prettiger zijn.

Planken: fijn, zolang je geen torens bouwt

Planken hebben absoluut hun plek.

Voor opgevouwen truien, jeans of een extra set beddengoed vind ik ze heel bruikbaar. Maar probeer niet iedere centimeter te vullen met één enorme stapel.

Als je eerst vijf truien moet optillen om de onderste te pakken, wordt netjes houden een dagelijkse oefening in geduld.

Liever een paar overzichtelijke stapels, met voldoende ruimte om iets te pakken.

Let ook op de ruimte tussen de planken. Een hoog vak is handig voor een tas, maar boven een klein stapeltje shirts blijft misschien vooral ongebruikte ruimte over. Stem die verdeling dus af op wat erin komt.

Hangruimte: kijk ook naar de lengte

Veel overhemden en jasjes vragen om een andere indeling dan lange jurken en mantels.

Toch krijgt hangruimte op een eerste schets vaak overal dezelfde hoogte.

Dat hoeft niet.

Voor kortere kleding kun je denken aan twee hangzones boven elkaar, zolang de kleding daar voldoende ruimte heeft. Voor langere stukken reserveer je een apart, hoger gedeelte.

Mijn tip: pak vóór het ontwerpen even je langste kledingstuk erbij. Dat vertelt je meer dan een gok op papier.

Samen een kast, niet dezelfde indeling

Een gedeelde kast hoeft van binnen niet uit twee identieke helften te bestaan.

De één heeft vooral kleding aan hangers. De ander veel truien, sportkleding en accessoires.

Dan is het logisch dat jullie gedeeltes ook verschillend zijn.

Een rustige buitenkant hoeft geen identieke binnenkant te hebben.

Juist dat vind ik mooi aan een persoonlijk kastontwerp: de deuren vormen één geheel, terwijl daarachter ieder zijn eigen indeling heeft.

Begin bij de wasmand

Dat klinkt misschien minder aantrekkelijk dan beginnen bij een materialenstaal, maar probeer het eens.

Kijk de volgende keer dat je schone was opbergt waar het lastig wordt. Welke stapel zit al vol? Wat past nergens prettig? Welke spullen schuif je steeds van de ene plek naar de andere?

Daar liggen de aanwijzingen voor je nieuwe kast.

Niet nóg een plank omdat er ruimte over is, maar een lade omdat je die iedere dag mist.

Want een fijne indeling merk je vooral aan de kleine dingen. Je pakt wat je nodig hebt, en de rest blijft gewoon op zijn plek.


Niels van Matteo Studio
Ontwerper